Blog

Meneer Zwart naar Egypte, de loodgieters passen op de zaak

Het was begin jaren ’60 en ik werkte nog altijd als loodgieter in Amsterdam, in de werkplaats van Vader Zwart.

Op een goede dag had hij een wild plan bedacht: op vakantie naar Egypte. Het werd niet zomaar een vakantie, nee, hij zou wel zes maanden wegblijven. Hij regelde alles wat er te regelen viel bij de noodzakelijke instanties en deed ook netjes een visumaanvraag, wat toentertijd verplicht was. Natuurlijk ging hij met zijn trouwe Volkswagen Kever. Oh ja, en zijn vrouw, die mocht ook mee.

Een warm land

De Kever werd door Vader Zwart hoogstpersoonlijk binnenstebuiten gekeerd én in orde bevonden. In het overleg met zijn vrouw stak hij echter heel wat minder tijd. Aan haar wilde hij alleen kwijt dat ze naar een warm land zouden gaan, en dat ze dus geen warme kleding hoefde in te pakken.

En ik? Ik kreeg de opdracht om op de zaak te passen.

De loodgieters zwaaien uit

Het moment van vertrek was aangebroken en Vader Zwart was op de werkplaats, klaar om te gaan. De reis naar Egypte kon beginnen. Wij, de loodgieters, zwaaiden hem uit, maar voordat het zover was vroeg Vader Zwart of ik zo vriendelijk wilde zijn om naar de Nieuwmarkt te rijden en zijn vrouw even op te halen.

Daar aangekomen zag ik Ma Zwart met een berg ingepakte bagage en al. Het arme mens maakte een lichtelijke verwarde indruk, want gek genoeg wist ze nog steeds niet naar welk land ze zou vertrekken.

“Waar ga ik nou in ’s hemelsnaam heen?” vroeg ze mij terwijl ze bij me instapte.

“Naar Egypte,” antwoordde ik. “Voor zes maanden.”

“Oh, gelukkig,” luidde haar opgeluchte antwoord. “Dan heb ik alles goed ingepakt.”

Ik bracht haar naar de werkplaats in de Reguliersdwarsstraat, waar Vader Zwart alle spullen handig begon in te laden. Ma Zwart werd in de Kever gelepeld en Vader Zwart liet zich achter het stuur ploffen. Daar gingen ze dan. Op weg naar een vakantie van zes maanden tussen de kamelen.

‘Bidden doe je maar ergens anders’

Ondertussen ging het leven voor ons loodgieters in Amsterdam door zoals het leven dat pleegt te doen, wanneer er zo’n zes maanden later plotseling een Arabier met zo’n hoge rode fez op zijn hoofd langs de werkplaats loopt.

Aan zijn kin hangt een baard van zeker dertig centimeter en onder zijn arm draagt hij een kleedje dat hij, pal voor de deur, uitspreidt op de grond.

Net wanneer hij wil beginnen met zijn gebed loop ik naar hem toe en zeg hem dat ‘ie op moet donderen van de deur van onze werkplaats. Ik verwijs hem naar een kerk.

“Daar moet je bidden,” zeg ik nog.

Film kijken in de directiezaal

Dan trekt de man de hoed van zijn hoofd en zegt: “Ik ben het, Vader Zwart. Dat had je niet gedacht hè?!” De hilariteit was groot, dat kan ik je wel vertellen.

Moeder Zwart was reeds thuis, het kantoor stond vol met bier en tot zeker zeven uur ’s avonds hebben we met alle loodgieters aan Vader Zwarts lippen gehangen. Hij vertelde in geuren en kleuren hoe het in Egypte was geweest.

En daar bleef het niet bij! Het Tuschinski-theater had hem namelijk een camera meegegeven om zijn belevenissen te filmen en nadat een regisseur van het theater de film had bewerkt, mochten we die met z’n allen gaan kijken in het sjieke bioscoopzaaltje dat normaal door de directie werd gebruikt.

Dat was Vader Zwart, ten voeten uit.

En terwijl ik dit schrijf moet ik glimlachen, want zulke dingen vergeet je nooit.

Photo credit: dalbera via Foter.com / CC BY