Blog

Loodgieter reguliersdwarsstraat te Amsterdam

Ik had er een aantal jaren bij baas Baart opzitten en vond dat het tijd was voor verandering. En zo kwam ik, via een collega loodgieter, terecht bij firma Zwart in de Reguliersdwarsstraat, midden in hartje Amsterdam.

Bij dat bedrijf werkten vijf andere loodgieters en twee elektramonteurs.

Ik was nog een groentje en daarom kreeg ik een collega toegewezen die mij zou gaan helpen bij grote klussen, en om de kneepjes van het vak te leren. Hij heette Abel.

We hebben het over de jaren ’60, hè? Auto’s waren in die tijd nog helemaal niet zo gangbaar en vervoersmiddelen zagen er in die tijd dan ook heel anders uit dan nu. Zo beschikte Firma Zwart over één bakfiets, en voor de rest moest je je eigen fiets maar gebruiken.

Het bedrijf werd geleid door een eigenaar die wars was van autoriteit en die niet gaf om geldbezit. Hij liet zich dan ook ‘Vader Zwart’ noemen.

Onderling was er een strijd gaande over wie de snelste tijd kon neerzetten met die bakfiets. Maar met alleen snel fietsen was je er nog niet, nee. Je hulp moest in de bak zitten, en zelf moest je je handgereedschap vasthouden.

Vader Zwart bepaalde wie de snelste tijd had en de route was simpel: vanaf de werkplaats reed je de Reguliersdwarsstraat uit. Dan ging je meteen rechtsaf het Thorbeckeplein op, je reed door naar de Herengracht en op de brug werd de tijd vastgelegd. Makkelijker kon niet.

Ik mocht als eerste. Abel nam dus plaats in de bakfiets en ik hield mijn handgereedschap stevig vast. Ik hoorde ‘GO!’ en dus ging ik. Ik trapte me wezenloos, helemaal naar de brug over de Herengracht. Met veel vaart kwam ik boven, maar toen ging het al snel mis.

Abel zat rechts voorin de bak en eenmaal bovenop de brug begon mijn stuur sterk over te hellen. Het zweet brak me uit, maar ik kon de bakfiets niet meer recht krijgen. Sterker nog, die leek een eigen leven te gaan leiden. Eenmaal over de brug ging de fiets steeds meer naar links, rakelings tussen de geparkeerde auto’s door. Daarvan waren er natuurlijk lang niet zoveel als nu, en er stonden ook nog geen paaltjes.

“Spring van de bakfiets!” riep ik zo hard als ik kon naar Abel, terwijl ik zelf van het zadel sprong. Nou, je raadt het al: die bakfiets reed zó de Herengracht in, Abel lag bovenop de motorkap van een auto en iedereen lag in een deuk. Vooral Vader Zwart.

Alle loodgieters kregen de opdracht om de reddinghaken, die vroeger aan de bruggen hingen voor als iemand in het water viel, los te maken.

Stonden we dan. Vijf grinnikende loodgieters uit de Reguliersdwarsstraat, te hengelen naar onze bakfiets en het gereedschap.

De bakfiets was overigens snel opgevist. Vader Zwart gaf een rondje koffie op de goede afloop bij lunchroom Rutecks, de bakfiets werd afgespoten en met nieuw gereedschap gingen wij weer aan de klus.

Maar mijn handgereedschap, dat rust tot op de dag van vandaag op de bodem van de Herengracht.