Blog

Het verhaal van de kapotte dakpannen in Amsterdam

Ik werkte nog steeds voor Vader Zwart in Amsterdam, toen wij op een goede dag een nieuwe bovenbuurman kregen. En niet zomaar een bovenbuurman, maar de bekende Jon Bluming, Grootmeester in verschillende Japanse vechtsporten, waaronder karate.

Hij kwam niet wonen boven onze werkplaats, maar begon daar een sportschool. Toentertijd was dat heel modern, moet je weten.

Jon was een gigantisch grote vent. Hij had handen als kolenschoppen en hij stelde zich voor als dé karate-jongen van Amsterdam. Ook zei ‘ie dat ‘ie altijd wel in was voor een geintje. Wij mochten hem wel, die Jon. Bovendien vonden we het ook wel makkelijk, zo’n soort persoonlijke bewaker. Wie doet je wat, met zo’n kerel in de buurt?
Op een vrijdagmiddag besloten we eens te kijken of Bluming woord zou houden, en haalden we een geintje uit. We legden vijftien oude dakpannen klaar op straat en stapelden ze keurig op elkaar. Ja, vergis je niet hoor. Die stapel was zo zeventig centimeter hoog.

Daarna vroegen we of Bluming in staat was om die stapel dakpannen met één enkele klap van zijn hand te doorklieven.

Natuurlijk vergaten we niet te vermelden dat degenen die dachten dat Jon het niet zou redden een krat bier moesten regelen, in opdracht van Vader Zwart.

En Bluming zei ja.
Het liep tegen vieren die middag toen Jon naar beneden kwam om zich voor te bereiden. De halve straat was uitgelopen, ook de mensen van de viswinkel tegenover onze werkplaats kwamen erbij. Iedereen keek vol ongeloof naar die stapel dakpannen. Zou ‘ie dat kunnen? Nee toch zeker! Of toch..?

Het gonsde van de stemmen.

Bluming vroeg om een moment stilte zodat hij zich kon voorbereiden op de genadeklap. Hij haalde een paar keer heel diep adem, slaakte een verschrikkelijke oerkreet en, geloof het of niet, sloeg zijn hand in één keer dwars door die zeventig centimeter hoge stapel dakpannen!

Het bleef een paar seconden oorverdovend stil, toen klonken er talloze kreten van ontzag. Bij de oudere loodgieters stond het gebit letterlijk dwars in de mond. Je geloofde je ogen gewoon bijna niet. Ik bedoel, het is dat ik erbij was, en dat ik het zelf heb gezien.
Vader Zwart zou Vader Zwart natuurlijk niet zijn als we dít niet zouden vieren in zijn kantoor. Allemaal keken we, zwaar onder de indruk, naar Jon Bluming, die ondertussen in een recordtempo aan ons bier was begonnen. Er zat niets anders op dan om nog een tweede krat te halen om dit feestje leuk af te ronden.

Maar geloof mij, dat vond niemand erg.