Blog

Dakdekken op de Krijtberg, de Singel

Het was rond 1960 en Karel ging mij leren dakdekken met leien, dakpannen gemaakt van leisteen. Ons project: katholieke kerk De Krijtberg op de Singel.

Samen lopen we naar de zolder om daar de voorraad leien te bekijken.

“Stuk of tien lijkt me wel genoeg,” zei Karel, en we zoeken de beste exemplaren uit. Het dakdekken kan beginnen.
Karel begon mij keurig uit te leggen hoe dat moest, dakdekken, maar al snel kwam hij erachter dat we leien tekortkwamen. Hij vroeg mij of ik er nog een paar kon pakken uit een van de twee torentjes, die het hoogste punt vormden van de voorzijde van de kerk.

Je kon dat torentje alleen vanaf de buitenkant openen, met stalen pennen die aan het luik aan de achterkant staken.

“Dat durf je toch niet,” zei Karel smalend.

Ik liet me natuurlijk niet kennen en dus kroop ik met frisse tegenzin via die pennen naar boven. Ik opende het luik en werd onaangenaam verrast met een enorme lading duivenpoep, maar gelukkig ook wat leien. Ik kroop naar binnen en voelde meteen hoe de toren begon te zwiepen!

Met twee handen greep ik me vast aan een balk. Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had en dat ik met toren en al in de Singel zou sodemieteren.

Mijn hart bonkte in mijn keel, maar Karel lachte alleen maar.

“Gaat het een beetje?” vroeg ‘ie droogjes.

“Vuile klootzak,” riep ik hijgend, en hij beaamde dat.

“Ja,” zei ‘ie, “er zit wat zwiep in dat torentje. Dat hoort zo.”

Zonder leien kroop ik weer naar beneden terwijl ik hem uitschold voor vuile speknek. Ik was vastbesloten om via de zolder naar beneden te gaan en te vertrekken, maar daar nam Karel geen genoegen mee. Hij sommeerde mij terug te komen, waarop ik riep dat hij kon doodvallen.

Karel werd zó kwaad dat hij mij achternaging. Ik stormde naar beneden, de trap af, links langs de bediening van het kerkorgel, waar tot mijn stomme verbazing een organist zat te spelen. Wat bleek? In de kerk was op dat moment een trouwerij aan de gang.

In mijn vaart viel ik over de organist heen, die op zijn beurt van zijn stoel viel. Ik lag boven op de voetbediening van het orgel, dat direct de meest afschuwelijke tonen ten gehore bracht.

De kerkgangers keken verbaasd naar boven en de trouwerij lag plots helemaal stil.

Tot overmaat van ramp kwam Karel ook nog aanstormen. Om het feest helemaal compleet te maken viel hij over ons heen, waarop meteen dat orgel weer tekeerging.

Iedereen stond daar, verbouwereerd. De dienstdoende pastoor was kwáád! Hij kwam naar boven met de mededeling dat we de trouwerij hadden verziekt. De bomen van het orgel waren gebroken, waardoor de bruiloft niet volgens de traditie kon worden afgehandeld.

Dat hele dakdekken was niet doorgegaan, en naar onze centen konden we fluiten. Dat moesten we verder maar regelen met Baart, onze baas, die ook nog een duit in het zakje deed door ons als een stel kinderen te bestraffen.

En dat was het moment dat ik dacht: ik heb de langste tijd wel gehad bij baas Baart.